Kornwerderzand

Kortstondige heldenrol voor Kornwerderzand

Op 11 mei 1940 verschenen er Duitse toepen op de Afsluitdijk. De eerste hindernis die ze tegenkwamen, de Wonsstelling, bleek een wassen neus. De Duitsers konden snel verder trekken naar de kop van de Afsluitdijk. Daar werden ze onder vuur genomen, zodat zij zich terug moesten trekken. Aanvankelijk leek het een kwestie van tijd, want het lichte geschut vanuit de kazematten van Kornwerderzand zou uiteindelijk niet opgewassen zijn tegen de zware artillerie van de Duitsers. Maar er kwam hulp uit onverwachte hoek. Met de ondersteuning van kanonneerboot Hr. Ms.  Johan Maurits van Nassau was er voor Kornwerderzand een kortstondige heldenrol weggelegd.

De stellingen bij Den Oever en Kornwerderzand werden tussen 1932 en 1936 aangelegd, direct na de realisatie van de Afsluitdijk. Dit gebeurde onder druk van de toenmalige legerleiding die met de voorgenomen aanleg van de dijk twee nieuwe problemen signaleerde. Allereerst vormde de dijk een nieuwe toegangsweg naar de Vesting Holland die aan de noordzijde samenviel met het noordfront van de Stelling Amsterdam. Ook kwam de weg naar marinehaven Den Helder open te liggen.

Groot strategisch belang
Maar wat de legerleiding nóg meer zorgen baarde, was het voornemen om in de Afsluitdijk twee spuisluiscomplexen aan te brengen, respectievelijk bij Den Oever en Kornwerderzand. Deze waren bedoeld om het waterpeil van het IJsselmeer te regelen en zouden bovendien van groot belang zijn voor de inundaties – het ter verdediging onder water zetten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Grebbelinie. Het kon catastrofale gevolgen hebben als de spuisluizen in vijandige handen zouden vallen.

Asperges
Rond het sluizencomplex van Kornwerderzand werden zeventien zware kazematten aangelegd. De twee oostelijke linies konden de kop van de Afsluitdijk onder vuur nemen. De linie ten westen van de sluizen stond in de richting van Breezanddijk opgesteld. Aan de oostzijde werd de stelling afgesloten met een dubbele rijk stalen H-profielen, bedoeld als versperring voor pantservoertuigen. De zogenaamde 'Asperges'.

Duitse en verslagen Nederlandse soldaten tussen de versperringen na de capitulatie Duitse en verslagen Nederlandse soldaten tussen de versperringen na de capitulatie

Mobilisatie

Tijdens de mobilisatie van 28 augustus 1939 werd de Wonsstelling ingericht en werden de kazematten van Kornwerderzand bemand. Bij de kazematten stond nog een houten werkhotel dat was gebruikt voor de aanleg van de Afsluitdijk en het sluizencomplex. Dit werd in de meidagen van 1940 als extra voorzorgsmaatregel in brand gestoken. De woningen van het Waterstaatpersoneel werden opgeblazen om het Nederlandse leger vanuit de kazematten een zo vrij mogelijk schootsveld te bieden.

De manschappen van de Wonsstelling zagen tijdens de eerste oorlogsdagen al terugtrekkende Nederlandse eenheden passeren. Deze werden op de voet gevolgd door de voorhoede van de Duitse troepen. Op 11  Mei 1940 bereikte de eerste Duitse cavaleriedivisie, onder leiding van Generaal-Majoor Feldt, de kop van de Afsluitdijk. Daar moest eerst de Wonsstelling worden ingenomen, een zwakke,  geïmproviseerde verdedigingslinie rond de toegang tot de Afsluitdijk. Er werden landerijen onder water gezet en er werd geschut ondergebracht in de haastig opgetrokken aarden kazematten, die deze naam nauwelijks verdienden. De stelling werd vrij snel uitgeschakeld. De meeste Nederlandse militairen wisten te ontsnappen naar Medemblik en Enkhuizen.

Duitsers onder vuur

Om de kop van de Afsluitdijk nader te verkennen, trokken de Duisters verder, richting Kornwerderzand, waar ze al snel onder vuur werden genomen. Ze trokken zich terug. Lang zou dit niet duren, was de verwachting, want de Duitsers hadden zware artillerie die onmogelijk door het lichte geschut van Kornwerderzand kon worden uitgeschakeld. Om in de behoefte aan zwaarder geschut te voorzien, werd de ondersteuning van de kanonneerboot Hr. Ms. Johan Maurits van Nassau ingeroepen. Het oorlogsschip voer op 13 mei 1940 vanuit Den Helder de Waddenzee op om de kop van de dijk onder vuur te nemen. Zijn positie was precair, omdat er in de vaargeul ‘De Dove Balg’ weinig manoeuvreerruimte was en er elk moment Duitse jagers konden opduiken.

De Johan Maurits kon zijn positie niet al te lang handhaven, maar was toch in staat om het Duitse geschut met 91 schoten, afgevuurd vanaf een afstand van 18,5 kilometer, het zwijgen op te leggen. Dat gebeurde  in de ochtend van 14 mei. Na deze actie zette het schip koers naar Den Helder om later die dag uit te wijken naar Engeland. Helaas werd de kanonneerboot  voor de kust van Callantsoog tot zinken gebracht door Duitse bommenwerpers, waarbij zeventien bemanningsleden om het leven kwamen.

Menselijk schild
Diezelfde dag, 14 mei 1940, dreven de Duitse soldaten de bevolking van Cornwerd samen in de plaatselijke kerk. Waarschijnlijk was het de bedoeling om hen bij een volgende aanval als menselijk schild te gebruiken. Maar die ‘volgende aanval’ bleef uit. Voor Nederland was  de oorlog al verloren. Het Nederlandse leger capituleerde na het vernietigende bombardement van Rotterdam dat eveneens op 14 mei plaatsvond, in de vroege middag. Het nieuws over de capitulatie kwam hard aan bij de Nederlandse soldaten die stand hadden gehouden bij Kornwerderzand. Zij hadden zich opgemaakt voor een langdurig beleg en blaakten van vertrouwen. Maar hun meerdere, Kapitein Boers, commandant van Stelling Kornwerderzand, bevestigde de overgave door zich met een witte vlag richting Wons te begeven. Niet veel later trokken de Duitse troepen over de Afsluitdijk richting Noord-Holland.

De bezetting

Tijdens de oorlog bezetten Duitse troepen de stelling. Hoewel er geen directe aanval vanuit zee werd verwacht, versterkten ze de stelling met drie bunkers uit de 600-serie. Deze werden, voor zover na te gaan, in ieder geval na de herfst van 1942 aan de verdedigingswerken toegevoegd om het westfront ervan te versterken. Van twee bunkers wees de vuurrichting naar Breezanddijk. De derde bunker was bedoeld om de kop van de Afsluitdijk onder vuur te nemen. Stelling Kornwerderzand werd bovendien aangevuld met twee open opstellingen voor luchtafweergeschut en drie manschappenonderkomens. Daarnaast werden nog schuttersputten ingegraven en werd de wegversperring versterkt met draketandhindernissen. De personeelswoningen van Waterstaat werden onder de Duitse bezetting herbouwd.

Ook de Wonsstelling werd door het Duitse leger versterkt en de toegangswegen tot de Afsluitdijk werden afgesloten met betonnen rolblokken. Rond de versperringen verrezen scherfvrije onderkomens en platformen voor luchtafweer. Bij Zürich werd één van de bunkers voorzien van een uitkijktoren om de Waddenzee in de gaten te houden.

De bevrijding

Na de bevrijding van Sneek, op 15 april 1945, trokken de Canadese troepen richting Afsluitdijk. Net als in 1940 werd er ook nu weer fel gevochten. Kornwerderzand bleek opnieuw een moeilijk te nemen hindernis. Op 18 april werd er hevig gevochten rond de Stelling van Wons. Duitse verdedigers doorboorden met een luchtafweerkanon drie Canadese pantserwagens. Vijf bemanningsleden kwamen om en er vielen drie gewonden. Maar uiteindelijk was de Canadese overmacht te groot en gaven de Duitsers zich over.  De Stelling van Wons viel, maar de Canadezen konden de Afsluitdijk nog niet over. Om de Stelling Kornwerderzand te passeren, moesten ze tot 5 mei 1945 wachten, de dag waarop Duitse troepen in het westen van Nederland capituleren.

Deel deze pagina