De jaren 50

De jaren 50

Na de capitulatie van het Duitse leger worden de Duitse militairen die West-Nederland bezet hielden, geïnterneerd en worden zij ingezet om het kustgebied van mijnen te ontdoen. Daarna vertrekken zij naar Duitsland. Aanvankelijk gaan alle Duitsers richting Den Helder. Daar worden zij ingescheept op landingsvaartuigen die hen naar Wilhelmshaven brengen.

De capaciteit van de schepen is echter te klein en Den Helder loopt vol met Duitsers. Daarom marcheert een deel van hen over de Afsluitdijk richting Duitsland. Zo vertrekken 70.000 Duitse militairen.  Om de druk op Den Helder te verlichten wordt besloten om ook vanaf Hoek van Holland Duitsers af te voeren.

De ravage is groot

De ravage in Nederland is na afloop van de oorlog groot. In het kustgebied van Holland en Zeeland zijn 15.000 woningen gesloopt. 300.000 inwoners  zijn verjaagd. Grote delen van West-Nederland staan onder water. Om het lozen van al dit water mogelijk te maken worden eerst de spuisluizen van de Afsluitdijk gerepareerd. De Heftorens van de sluisdeuren waren door de Duitsers vernield. Het op gang brengen van de voedselproductie in alle ondergelopen gebieden heeft een hoge prioriteit.

Wadden onbeschadigd

Behalve Texel zijn de Waddeneiland de oorlog vrijwel onbeschadigd doorgekomen. Er moeten natuurlijk nog wel mijnen en veel prikkeldraad worden verwijderd. Maar als dat is gebeurd kunnen de eerste toeristen weer worden ontvangen.

Delfzijl en omgeving

In Delfzijl en omgeving, op Texel en zeker in Den Helder moet nog heel wat gebeuren voor de oorlogswonden zijn hersteld. In Den Helder begint de wederopbouw met het bouwen van Oostenrijkse woningen in Huisduinen en met de herbouw van Oud Den Helder.  De vraag was echter of de Marine na de oorlog zou terugkeren in de stad. In 1948 wordt hiertoe definitief besloten en kan aan de uitbreiding van Den Helder worden gedacht. In Nieuw Den Helder worden noodwoningen gebouwd die 70 jaar later en een grondige renovatie nog steeds worden bewoond.

Afbraak Atlantikwall

In deze periode begint men ook met de afbraak van de Atlantikwall. De bunkers zijn op dat moment gehate resten van een zwarte periode. Die herinnering, vindt men, kan beter worden weggepoetst. Men kijkt niet terug, maar vooruit. Op een aantal plekken staan ze ook een goede waterstaatkundige verdediging van de kust in de weg.  Veel beton verdwijnt in die periode onder de slopershamer, maar vooral ook met gebruik van explosieven. Na de stormvloed van 1953 zakken veel bunker van de duinerij op het strand. Daar worden ze alsnog opgeruimd.

De jaren 50 en 60

Toch kan de jeugd in de jaren 50 en 60 nog volop spelen in de resten van wat eens een serieuze verdedigingslinie was. Niet alleen Nederlandse jongens en meisjes ontdekken de spannende bouwwerken uit het jongste verleden. Ook de Duitse jeugd komt in contact met de bunkers die de generatie van hun ouders heeft achtergelaten.

Na 1950

Na 1950 komen de eerste Duitse toeristen weer naar de kust en de eilanden. Eerst schoorvoetend, maar al gauw in drommen. Alsof ze nooit zijn weggeweest. Men had daar in het kustgebied - begrijpelijk - aanvankelijk moeite mee. Maar zoals de hoofdonderwijzer van Petten, het dorp dat tijdens de oorlog geheel van de aardbodem verdween, het verwoordde: Ze hebben het dorp afgebroken en nu moeten ze ook meebetalen om het weer helpen op te bouwen. En dat is gelukt.

Deel deze pagina