Den Helder

Den Helder tijdens de oorlog

Den Helder en Texel raakten, net als Kornwerderzand, direct betrokken bij de Duitse aanval op Nederland. Op 10 mei vielen Duitse jagers het nabijgelegen vliegveld De Kooy aan. Zij vernietigden een aantal vliegtuigen en een hangar. Veel erger was het bombardement  door drie Duitse jachtbommenwerpers op de avond van 14 mei op de stad en de schepen in het Schulpegat. De Rijkswerf en de binnenstad werden getroffen. Er vielen 26 doden en 11 gewonden. Het bombardement vindt plaats na de capitulatie van Nederland. De piloten zouden het radiocontact met hun basis hebben verloren.

Geallieerde bombardementen

Na de capitulatie van het Nederlandse leger werd Den Helder doelwit van geallieerde luchtaanvallen. De haven en het vliegveld - in gebruik door de Duitse marine - werden meer dan 150 keer aangevallen. Dit gebeurde zowel met zware bommenwerpers als met jachtbommenwerpers. De Rijkswerf was het belangrijkste doelwit, maar veel bommen vielen in de stad, met tientallen doden en gewonden als gevolg.

Vluchtelingen

Na het eerste bombardement van 24 op 25 juni 1940 ontvluchtten duizenden inwoners Den Helder. Mensen met werk in Den Helder bleven in de buurt. Zij sliepen op het platteland en kwamen overdag naar de stad om te werken. Anderen vertrokken naar delen van Nederland verder van de kust. In de loop van de oorlog vonden steeds meer inwoners een veilig heenkomen buiten de stad. Zeker de mensen zonder werk. In totaal vielen er in Den Helder door de bombardementen 177 doden. Daarnaast raakten veel inwoners gewond of blijvend invalide.

De Atlantikwall

Door zijn strategische ligging en de aanwezigheid van een grote marinewerf, was Den Helder een belangrijk onderdeel van de Atlantikwall in Nederland. Vanaf 1942 had de stad de op een na hoogste status binnen de verdedigingslinie (Verteidigungsbereich). Den Helder werd bezet door zowel de Duitse landmacht (Heer) als de marine en luchtmacht. Alle drie hadden ze hun eigen taken en verdediging en de daarbij behorende gebouwen. In totaal werd in Den Helder op 37 punten aan de Atlantikwall gewerkt aan 88 zware, bomvrije bunkers en enkele honderden lichtere scherfvrije.

Landmacht

De Duitse landmacht was verantwoordelijk voor de verdediging tegen aanvallen van infanterie- en pantsereenheden over land en vanuit zee. In het noorden vormde de kust de grens van de verdedigingslinie, in het zuiden - het zogenoemde landfront - liep de grens langs de oorspronkelijke Nederlandse verdedigingslijn tijdens de mobilisatie. Dat wil zeggen ter hoogte van de Middenvliet. In de eerste oorlogsjaren verrees in deze linie een aantal scherfvrije bunkers. Deze konden geen bommen tegenhouden.

Drakentanden
In 1942 verlegden de Duitsers de grens van de verdedigingslinie naar het zuiden, waardoor Julianadorp deel ging uitmaken van de Atlantikwall. Er was nu sprake van een oude en een nieuwe zuidlinie. De laatste bestond in het duingebied uit een drakentandhindernis (Höcker) en in het poldergebied uit een zigzag lopende anti-tankgracht. Bij het Balgzandkanaal eindigde de linie met een betonnen anti-tankmuur.

Flankerend vuur
Voor flankerend vuur  - dat wil zeggen het vuur voor de verdediging van het voorliggende terrein vanuit de linie - werden langs het zogenoemde Pantserkanaal zware bunkers gebouwd met anti-tankgeschut. Bij Blauwe Keet en Julianadorp kwamen manschappenbunkers. Bij de drakentandhindernis werden twee bunkers met iets minder zwaar gerealiseerd. Vanaf daar tot aan het

Staf
Nieuwe Diep stonden twaalf zware gevechtsbunkers voor anti-tankgeschut of mitrailleur. En op de zeedijk hield een anti-tankmuur voertuigen en manschappen tegen die Den Helder wilden binnendringen.

Daarnaast beschikte de landmacht in Den Helder over een commandopost voor de commandant en enkele scherfvrije onderkomens op het Nollenterrein. Naast de spoorbaan, ter hoogte van het huidige station, stond een communicatiebunker.

Marine

De Kriegsmarine richtte zich op de aanvallen vanuit zee en uit de lucht. Tegen luchtaanvallen werden drie zware luchtafweerbatterijen geplaatst (Flak, afkorting van Flugzeugabwehrkanonen). De batterijen op de forten Dirkz. Admiraal en Erfprins waren ondergebracht in betonnen beddingen. De batterij Vangdam was in een veldversterking opgesteld.

Grafelijkheidsduinen
Naast de zware luchtafweerbatterijen was er - onder andere op en rond de Rijkswerf en op Fort Oostoever - lichte luchtafweer. Dit werd ingezet tegen laagvliegende vijandelijke toestellen. In de Grafelijkheidsduinen, onder Huisduinen, werd een Flakgruppencommandostand gebouwd voor de coördinatie van de luchtafweer, samen met enkele manschappenbunkers.

Geen torens
Vijf kustbatterijen verdedigden de kust tegen vijandelijke schepen. Drie daarvan waren ondergebracht in geschutsbunkers. De meest zuidelijke was Batterie Zanddijk, die uit twee bunkers bestond. Het was de bedoelding dat de batterij torens zou krijgen, afkomstig uit de afgedankte slagkruiser Gneisenau. Maar aan het eind van de oorlog waren die nog niet geplaatst.

Hospitaal
Ook bij Falga, Fort Kijkduin en het Kaaphoofd lagen kustbatterijen. De vuurleidingspost van Batterij Kaaphoofd lag verzonken in de zeedijk. De commandopost van de marine voor de kustbatterijen was een Marineartelleriekommandostand. Deze lag ten zuiden van Huisduinen. Voor de verzorging van gewonden was er kleine hospitaalbunker in het Timorpark.

Casino
Op het voormalige Galgenveld in Huisduinen legde de marine in 1942 een artilleriepark aan voor opslag en reparatie van wapens en andere materialen. Dit park bestond uit opslagloodsen en een machine werkplaats. De meest representatieve gebouwen waren de monumentale toegangspoort en het Administratiekantoor, ook wel Logementsgebouw. In de volksmond kreeg het de naam Casino. Dit gebouw was voorzien van uitzonderlijke toegangspartijen met trappen en zuilengalerijen.

Luchtmacht

De Luftwaffe, oftewel de luchtmacht, was verantwoordelijk voor de waarneming van vijandelijke jagers en bommenwerpers en voor de geleiding van eigen jagers naar vijandelijke doelen. Daarvoor bouwde ze in het duingebied ter hoogte van de Kleine Keet verschillende radarinstallaties. De grootste was de Mammut radar. Die kon opstijgende vliegtuigen in Engeland al waarnemen. Verder stonden er twee Wassermans met een iets kleiner bereik. Deze hadden wel het voordeel dat ze konden worden gedraaid.

Zoeken en volgen
De Freia radar, die als zoekradar werd ingezet, had een nog kleiner bereik. Als er een vliegtuig was gespot met deze radar, werd de Würzburg radar ingezet om het doelwit verder te volgen en informatie door te geven aan de Flak batterijen. In het duingebied stonden verschillende van deze Würzburg radars opgesteld, zowel van de luchtmacht als van de marine.

Knickebein
In het zuidelijk duingebied was al aan het begin van de Duitse bezetting een installatie voor het geleiden van eigen vliegtuigen opgesteld. Deze zogenaamde Knickebein zond signalen uit naar Duitse bommenwerpers, die zo naar hun doel werden geleid. De Knickebein  werd vooral in het begin van de oorlog in gezet, toen Duitse bommenwerpers nog regelmatig aanvallen uitvoerden op Engeland.

Ziekenboeg in landschappelijke stijl
De luchtmacht was ook actief op vliegveld De Kooy. Er stonden verschillende bunkers gepland, maar alleen de bouw van een commandopost is uiteindelijk gerealiseerd. Ten westen van De Kooy, langs de Nieuwe Weg werd een verzorgingspost voor gewonden gebouwd; het Krankenrevier, ook wel ziekenboeg. Deze is gebouwd in een traditionele landschappelijke stijl.

Spookstad

Naar aanleiding van het bezoek van veldmaarschalk Rommel aan Den Helder op 24 maart 1944 besloot de legerleiding een deel van de kustbebouwing te slopen om een vrij schootsveld te creëren voor de verdedigers. De hele stad werd spergebied, waardoor er nog meer inwoners gedwongen moesten vertrekken. Nog maar 7.000 mensen krijgen een Ausweis om in de stad te mogen werken. Eind 1944 was Den Helder hierdoor een spookstad.

Sloop

‘Ouwe Helder’, het dorp dat het oudste deel van de stad vormt, werd gesloopt. Ook de bebouwing achter de dijk langs de Westgracht tot aan de haven ging tegen de vlakte. In totaal ging het om bijna 2000 woningen. In januari 1945 waren er van de oorspronkelijke bijna 9.900 huizen in Den Helder, 1925 gesloopt en 2125 door geallieerde bombardementen verwoest.

Bevrijding

Pas 3 dagen na ‘Bevrijdingsdag’, op 8 mei, kwamen drie Engelse pantserwagens via Julianadorp Den Helder binnenrijden. Er stonden maar weinig mensen langs de kant van de weg te juichen. De stad was immers ontvolkt. Voor het stadhuis begroetten leden van de Binnenlandse Strijdkrachten de Engelse bevrijders.

Deel deze pagina