Den Oever in de oorlogsjaren

 Leestijd: iets langer dan 4 minuten

Ruim voor de Duitse inval in Nederland, in mei 1940, beschikte Den Oever al over een reeks indrukwekkende bunkers die nu deel uitmaken van de Atlantikwall. Ze werden gebouwd tussen 1932 en 1936 en waren bedoeld om de opmars van eventuele vijandelijke troepen over de Afsluitdijk te belemmeren. Hier kwam weinig van terecht. Er vond in die meidagen nauwelijks strijd plaats bij Den Oever. Ook na de bezetting door de Duitsers bleef het tamelijk rustig aan de Noord-Hollandse kant van de dijk.


Een 'gat' in de verdedigingslinie

Een efficiënte verbinding tussen Friesland en Noord-Holland. Vanuit die ambitie ontstonden de plannen voor de aanleg van de Afsluitdijk die tussen 1927 en 1932 daadwerkelijk werd gerealiseerd. Maar toen de dijk alleen nog maar op papier bestond, zag het toenmalige Nederlandse ministerie van Oorlog een reëel gevaar. De dijk sloeg een ‘gat’ in de verdedigingslinie van Nederland. Niet alleen goedwillende burgers konden nu makkelijk van Friesland naar Noord-Holland reizen, kwaadwillende militairen kregen vrij toegang tot de Vesting Holland. Ze konden zo opmarcheren naar Amsterdam. Ook kwam de weg naar de belangrijke marinehaven Den Helder open te liggen. Het was een serieus dilemma.

Sluiscomplexen

Het ministerie zag nog een gevaar. De plannen voor de Afsluitdijk voorzagen in twee complexe spuisluizen bij Den Oever. Deze Stevinsluizen - een rijksmonument inmiddels - moesten het waterpeil van het IJsselmeer regelen. Het waterniveau was essentieel voor de inundaties van de Vesting Holland en de Grebbelinie. De mogelijkheid om strategische delen van Nederland onder water te zetten, was toen nog een belangrijk verdedigingswapen. Als de spuisluizen in vijandelijke handen vielen, kon dat wapen zomaar averechts werken.

Een spijkerharde voorwaarde

Gezien deze risico’s stelde het ministerie van Oorlog een harde voorwaarde aan de goedkeuring van de aanleg van de Afsluitdijk. De dijk mocht er alleen komen als er aan beide zijden op kosten van het ministerie van Waterstaat deugdelijke verdedigingswerken werden gebouwd. Dat een ander ministerie voor de kosten opdraaide, kwam de legerleiding goed uit, want het budget van het ministerie van Oorlog stond in de jaren ‘30 van de vorige eeuw zwaar onder druk. Zo vond men een oplossing voor het dilemma van de afsluitdijk die in de oorlogsjaren een strategische rol zou spelen.

Bunkers en hindernissen

De stellingen aan de Noord-Hollandse en Friese kant van de Afsluitdijk, Stelling Den Oever en Stelling Kornwerderzand, werden aangelegd tussen 1932 en 1936. Stelling Den Oever bestond uit zware bunkers met mitrailleurs en geschut, aangevuld met hindernissen op de dijk, bedoeld om pantservoertuigen tegen te houden. Tijdens de mobilisatie werden de stellingen versterkt met geschut in open batterijen (artillerie-eenheden) en luchtafweergeschut. De bunkers van beide stellingen waren voor die tijd van uitzonderlijke kwaliteit. Het waren de zwaarste die de Nederlandse krijgsmacht ooit ter verdediging liet bouwen.

De Robbenplaat

Bij Den Oever werden rond de Stevinsluizen, die het meeste water van het IJsselmeer afvoeren naar de Waddenzee, dertien kazematten gebouwd. Het merendeel kwam op de Robbenplaat te liggen, het verbrede dijklichaam aan de oostzijde van het sluizencomplex. Dit plateau diende geen ander dan een militair doel. De kazematten waren bestemd voor mitrailleurs en kanonnen. De hindernis voor pantservoertuigen werd ten oosten van de kazematten opgetrokken.

De Stelling Den Oever kreeg later het commando over de Wonsstelling die in 1940 werd aangelegd als antwoord op de directe oorlogsdreiging vanuit Duitsland. Deze stelling moest terugtrekkende troepen de gelegenheid geven om over de Afsluitdijk de Vesting Holland te bereiken. Deze veldversterking moest in korte tijd worden aangelegd, compleet met onderwaterzetting van het front.

Mobilisatie

Tijdens de mobilisatie van 28 augustus 1939 versterkte het Nederlandse leger de Stelling Den Oever met twee open marinebatterijen, één op de havenmond en één binnen de stelling. Tijdens de meidagen van 1940 speelde de stelling echter geen heldenrol. Die was weggelegd voor de Stelling Kornwerderzand, aan de Friese kant van de dijk. Dit was de enige plek in Nederland waar de Duitsers tijdens hun Blitzkrieg in de meidagen van 1940 tot staan werden gebracht. Den Oever kon toekijken.

 

De kommandant van Den Oever, kapitein Kuiken, meldde nog wel in zijn korte verslag van de oorlogsdagen dat er regelmatig vliegtuigen over vlogen. Eén daarvan landde in het IJsselmeer, na te zijn getroffen door een geweerschot. De piloot liep verwondingen op aan zijn hand en werd krijgsgevangen genomen. Enkele Duitse vliegtuigen richtten hun mitrailleurs op de stelling en één vliegtuig liet zelfs bommen vallen, die overigens niet veel schade aanrichtten.

Bezetting

Tijdens de bezetting namen de Duitse militairen de stelling in bezit. Over hun aanwezigheid is weinig bekend; er vonden nauwelijks oorlogshandelingen plaats bij Stelling Den Oever. Wel kwam Duits luchtafweergeschut regelmatig in actie tegen geallieerde vliegtuigen. De geallieerden gebruikten de Afsluitdijk ter oriëntatie op hun vlucht naar en van doelen in Duitsland. Het Duitse leger liet zichtbare sporen achter op de stelling, in de vorm van diverse kleine, betonnen bunkers die dienden als schuttersput. Deze Duitse toevoegingen aan Stelling Den Oever dateren waarschijnlijk van 1944 of later, toen duidelijk werd dat de stelling tegen een geallieerde opmars moest worden verdedigd.

Bevrijding

Direct na de oorlog bood het sluizencomplex een desolate aanblik. Voor hun aftocht vernielden de Duitsers de hefwerktuigen van de spuisluizen. Waarschijnlijk gebeurde dit tegelijkertijd met het laten ontploffen van de Wieringermeerdijk, op 17 april 1945, waarmee Wieringermeer binnen enkele dagen onder water werd gezet. Welk militair doel dit diende, werd nooit duidelijk. Waarschijnlijk was het een wraakactie, want de Wieringermeer diende als talloze onderduikers en verzetsmensen tot verblijfsplaats. Uiteindelijk bliezen duizenden Duitse soldaten de aftocht. De eerste dagmars voerde hen over de dertig kilometer lange Afsluitdijk naar Friesland. Later marcheerden soldaten vanuit heel Nederland naar Den Helder om van daaruit te worden verscheept naar Wilhelmshaven of Bremerhaven.

Alle onderdelen van de Stelling die voor en tijdens de oorlog werden gebouwd, zijn nog steeds te vinden aan weerzijde van de Afsluitdijk. Maar ze waren lange tijd slecht zichtbaar doordat ze overwoekerd waren met liguster.

 

De komende jaren wordt aan de Afsluitdijk gewerkt om ervoor te zorgen dat hij Nederland kan blijven beschermen bij een stijgende zeespiegel. Daarbij worden ook de kazematten weer zichtbaar gemaakt. Tot die tijd zijn ze beperkt toegankelijk. Wanneer u ze wilt bekijken, controleer dan op De Afsluitdijk of ze bereikbaar zijn.

Bezoek Den Oever